ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9833
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nalatigheid premiebetaling AOW ondanks faillissement horecaondernemers
Appellanten, zelfstandig ondernemers in de horeca, werden failliet verklaard in mei 2006. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde vast dat zij nalatig waren in het betalen van AOW-premies over diverse jaren tussen 2000 en 2005. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond en oordeelde dat het niet betalen van de premies hen kan worden verweten.
Appellanten voerden aan dat het niet betalen van de premies niet verwijtbaar was vanwege de slechte financiële situatie in de horecasector en dat de faillissementen niet het gevolg waren van slechte ondernemersbeslissingen. De Raad overwoog dat hoewel een faillissement in beginsel kan wijzen op het ontbreken van verwijtbaarheid, in dit geval de appellanten de beschikbare middelen hebben gebruikt voor investeringen en andere doeleinden zonder premies te reserveren.
De Raad nam daarbij mee dat appellanten inkomsten genoten in de betreffende jaren, zoals blijkt uit belastingaanslagen die niet ambtshalve maar op aangifte waren vastgesteld. De keuze om geen reserveringen te maken voor premieschulden kwam volledig voor hun rekening en risico. Het beroep op de slechte financiële situatie in de horeca leidde niet tot een ander oordeel. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten nalatig zijn in het betalen van AOW-premies en wijst hun beroepen af.