ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep herroept UWV-besluit over WIA-uitkering wegens onderschatting medische beperkingen
Appellant ontving sinds 1 maart 2007 een WW-uitkering en meldde zich op 14 mei 2007 ziek met psychische klachten. Het UWV stelde bij besluit van 6 maart 2009 vast dat appellant vanaf 11 mei 2009 geen recht had op een WIA-uitkering, wat bij bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens motiveringsgebrek in de arbeidskundige beoordeling, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat het UWV zijn medische beperkingen onderschatte en dat de geduide functies niet geschikt waren. De Raad schakelde psychiater Van Duijn in, die concludeerde dat appellant vanaf 11 mei 2009 ernstig psychiatrisch beperkt was en niet in staat tot loonvormende arbeid.
De bezwaarverzekeringsarts paste de Functionele Mogelijkhedenlijst aan, maar bleef van mening dat appellant nog voldoende belastbaar was voor enkele functies. Van Duijn stelde echter dat ook deze aangepaste inschatting onvoldoende rekening hield met de ernst van de stoornis.
De Raad volgde het oordeel van Van Duijn en concludeerde dat het UWV de medische beperkingen onderschat had en het bestreden besluit op een onvoldoende medische grondslag berust. De Raad draagt het UWV op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen over de aanspraken van appellant op een WIA-uitkering per 11 mei 2009.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herzien en een nieuw besluit te nemen over de WIA-uitkering per 11 mei 2009.