ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag bijstand en ingangsdatum na melding en aanvraagverzuim
Appellant had zijn WIA-uitkering per 1 juni 2010 ingetrokken gekregen en geen recht op WW-uitkering vanaf die datum. Op 25 juni 2010 meldde hij zich bij het UWV, maar wilde toen geen bijstand aanvragen. Pas na een vervolggesprek op 30 juni 2010 gaf hij aan bijstand te willen aanvragen.
Het college nodigde appellant uit voor een intakegesprek op 6 juli 2010, waarbij hij zonder bericht niet verscheen. Op 8 juli 2010 leverde hij gedeeltelijk de benodigde gegevens aan, maar de rest volgde pas tijdens het intakegesprek op 21 juli 2010. Het college kende bijstand toe vanaf 9 juli 2010, de dag waarop appellant zich opnieuw meldde voor bijstand.
Appellant stelde dat de bijstand vanaf 1 juni of 25 juni 2010 had moeten ingaan, en dat het college hem niet goed had geïnformeerd over de gevolgen van het niet indienen van een aanvraag. De Raad oordeelde dat appellant verwijtbaar te laat was met de aanvraag en dat het college binnen haar bevoegdheid handelde door bijstand vanaf 9 juli toe te kennen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De bijstand wordt terecht toegekend vanaf 9 juli 2010 en het hoger beroep wordt afgewezen.