ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- M.S.E. Wuffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Herstel besluit UWV en herberekening arbeidsongeschiktheid wegens onjuiste aandeelhoudersstatus
Appellant ontving sinds 1992 een WAO-uitkering en werd in 2000 opnieuw arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 35-45%. Het UWV had bij de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid onterecht aangenomen dat appellant directeur-grootaandeelhouder was van VSN BV. Uit notariële stukken blijkt echter dat appellant op dat moment niet de meerderheid van de aandelen bezat.
De Raad concludeert dat de arbeidskundige onderbouwing van het besluit onvoldoende is en dat het UWV het besluit moet herstellen en de arbeidsongeschiktheid opnieuw moet berekenen, uitgaande van het feit dat appellant geen meerderheidsaandeelhouder was. Medische bezwaren van appellant over de ziekte van Lyme en de gevolgen daarvan werden door de rechtbank en de Raad niet gegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs.
De procedure kende meerdere zittingen en schorsingen om nader onderzoek te verrichten, waaronder rapportages van een bezwaararbeidsdeskundige. Uiteindelijk is besloten het UWV op te dragen binnen twee maanden het besluit te herstellen met inachtneming van de bevindingen van de Raad. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 april 2013.
Uitkomst: Het UWV moet het besluit herstellen en de arbeidsongeschiktheid opnieuw berekenen zonder uit te gaan van directeur-grootaandeelhouderschap.