ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8618

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
11-6611 WAZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbWet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet verschoonbare overschrijding bezwaartermijn

Appellant diende bezwaar in tegen een besluit van het UWV waarin werd meegedeeld dat hij geen arbeidsongeschiktheidsuitkering kreeg vanwege onvoldoende mate van arbeidsongeschiktheid. Dit bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de wettelijke bezwaartermijn was ingediend.

De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond, omdat appellant het bezwaarschrift pas na afloop van de termijn persoonlijk had ingediend en geen verschoonbare omstandigheden had aangevoerd.

In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij gedurende de gehele termijn niet in staat was bezwaar in te dienen. De door appellant aangevoerde gronden waren grotendeels een herhaling en boden geen reden tot een ander oordeel.

De Raad concludeerde dat het UWV terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen het UWV-besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.

Uitspraak

11/6611 WAZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
29 september 2011, 11/1102 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 24 april 2013.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. E.F.J. Goossens, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 maart 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Goossens. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.M. Huijzer.
OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 12 november 2010 heeft het Uwv appellant meegedeeld dat over de periode van 1 januari 2008 tot 1 januari 2009 geen uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt uitbetaald, omdat er eerst recht bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 25% of meer.
1.2. Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 12 november 2010 is bij besluit van 26 januari 2011 (bestreden besluit) niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
2. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat vaststaat dat appellant het bezwaarschrift op 27 december 2010 persoonlijk heeft afgeleverd bij het Uwv en dat het bezwaarschrift dus na het einde van de termijn is ontvangen. Appellant heeft tot het laatste moment gewacht met het indienen van zijn bezwaarschrift. Dat appellant - onder meer - door weersomstandigheden het bezwaar niet op 24 december 2010 (de laatste dag van de bezwaartermijn) heeft kunnen indienen, dient volgens de rechtbank voor zijn risico te komen.
3.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
3.2. Niet in geschil is dat appellant zijn bezwaar tegen het besluit van 12 november 2010 na afloop van de in de artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) genoemde termijn van zes weken heeft ingediend. Ter beoordeling staat de vraag of deze termijnoverschrijding verschoonbaar was.
3.3. In artikel 6:11 van Pro de Awb is, voor zover hier van belang, bepaald dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift, een niet-ontvankelijkverklaring daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3.4. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. De door appellant in hoger beroep aangevoerde gronden vormen goeddeels een herhaling van de gronden in beroep en leveren geen aanknopingspunten op om te komen tot een ander oordeel. Daarbij wordt nog opgemerkt dat appellant niet met stukken heeft onderbouwd dat hij gedurende de gehele bezwaartermijn buiten staat is geweest om een bezwaarschrift in te (laten) dienen. Uit het vorenstaande volgt dat het Uwv op goede gronden het bezwaar van appellant tegen het besluit van 12 november 2010 niet-ontvankelijk heeft verklaard.
4. Hetgeen onder 3.2 tot en met 3.4 is overwogen leidt tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
5. Er bestaat geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 april 2013.
(getekend) van den Corput
(getekend) G.J. van Gendt
QH