ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8604
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening beëindiging AIO-aanvulling wegens verblijf in buitenland
Verzoekster ontving een AIO-aanvulling op grond van de WWB, maar deze werd beëindigd omdat zij vanaf 1 maart 2011 in Indonesië verbleef en niet langer in Nederland woonde of stond ingeschreven. Verzoekster stelde dat haar medische situatie zeer dringende redenen vormde om de bijstand te behouden en beroept zich op internationale mensenrechtenbepalingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het territorialiteitsbeginsel van de WWB het recht op bijstand uitsluit voor personen die buiten Nederland wonen. De medische verklaring bood geen aanwijzingen voor een acute noodsituatie of een absoluut beletsel om terug te keren. Verzoekster kon terugkeren en opnieuw een AIO-aanvulling aanvragen. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro en artikel 1 EP Pro werd verworpen omdat de beëindiging geen disproportionele last opleverde.
Het beroep op artikel 26 IVBPR Pro faalde wegens gebrek aan concrete onderbouwing. De voorzieningenrechter bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er was geen grond voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de AIO-aanvulling wordt afgewezen.