ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7500
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WIA-uitkering wegens ontbreken spoedeisend financieel belang
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Hij verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening om voorschotten op zijn uitkering te ontvangen, omdat hij financieel in moeilijkheden verkeerde.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek getoetst aan de criteria van onverwijlde spoed en spoedeisend belang. Verzoeker kon niet aannemelijk maken dat er een financieel spoedeisend belang was, mede omdat hij geen bewijsstukken over zijn financiële situatie had overgelegd en geen pogingen had gedaan om met zijn hypotheekverstrekker tot een regeling te komen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het belang van verzoeker onvoldoende zwaarwegend was om de behandeling van de hoofdzaak te passeren. Bovendien was het hoger beroep gepland voor behandeling uiterlijk in het derde kwartaal van 2013. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door C.P.J. Goorden, in aanwezigheid van griffier H.J. Dekker, op 17 april 2013.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend financieel belang.