ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor geselecteerde functies
Appellante was werkzaam als onderwijsassistente en viel uit wegens klachten. Na een eerdere afwijzing van een WIA-uitkering kreeg zij een Ziektewetuitkering die later werd beëindigd door het UWV. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beëindiging ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat appellante niet op medische gronden ongeschikt is voor de geselecteerde functies. Neuropsychologisch onderzoek toonde wel cognitieve tekorten, maar deze zijn niet herleid naar medisch vastgestelde stoornissen. Ook oogklachten waren niet zodanig dat zij ongeschikt was.
De Raad sluit aan bij de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts en het UWV en ziet geen reden om het eerdere oordeel te wijzigen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante wordt beëindigd omdat zij medisch geschikt is voor de geselecteerde functies.