ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV en toewijzing bezwaren WW-uitkering na herziening
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam over een besluit van het UWV inzake de toekenning van een WW-uitkering. In een tussenuitspraak van 16 januari 2013 oordeelde de Raad dat het UWV ten onrechte had aangenomen dat appellante recht had op doorbetaling van loon voor 15,2 uur per week vanaf 1 augustus 2006. De Raad gaf het UWV opdracht om opnieuw te beslissen op de bezwaren.
Het bestreden besluit van 9 juli 2010 werd vernietigd wegens een onvoldoende gemotiveerd besluit in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Ook de eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Vervolgens heeft het UWV op 21 februari 2013 een nieuw besluit genomen waarin het de bezwaren van appellante gegrond verklaarde en een tweede WW-uitkering toekende vanaf 1 augustus 2006 voor 15,2 uur per week. Tevens werden wettelijke rente en kosten van rechtsbijstand vergoed. Appellante gaf aan hiermee volledig te zijn tegemoetgekomen.
De Raad stelde vast dat appellante geen belang meer had bij verdere beoordeling en verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het eerdere besluit en veroordeelde het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 9 juli 2010 is vernietigd en de bezwaren van appellante zijn gegrond verklaard met vergoeding van proceskosten.