ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- E.J. Govaers
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebberschap werkgever bij Ziektewetuitkering werknemer
Appellante, de gemeente Midden-Drenthe, stelde beroep in tegen besluiten van het UWV betreffende de toekenning en beëindiging van een Ziektewetuitkering aan een voormalige werknemer. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat appellante geen direct financieel belang zou hebben bij de uitkering, en daarom niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Awb Pro kon worden aangemerkt.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de werkgever wel als categoraal belanghebbende moet worden beschouwd bij besluiten over Ziektewetuitkeringen, ongeacht het type besluit, vanwege de relatie met loondoorbetalingsverplichtingen en het ambtenarenrecht. Echter, de werkgever moet ook een processueel belang hebben om bezwaar te kunnen maken.
De Raad concludeert dat appellante geen processueel belang heeft, omdat het beoogde resultaat betrekking heeft op de Wet WIA, waarvoor geen direct verband bestaat met de Ziektewetbesluiten. De wachttijd voor de WIA kan ook op andere wijze worden vervuld en het recht op een WIA-uitkering hangt van andere voorwaarden af.
Daarom is het bezwaar van appellante terecht niet-ontvankelijk verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met verbetering van de motivering.
Uitkomst: Het bezwaar van de werkgever tegen de Ziektewetuitkeringsbesluiten is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.