ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- F.J.L. Pennings
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over nabetaling en dagloonvaststelling in WIA-uitkering
Appellant, een internationaal vrachtwagenchauffeur, kreeg bij besluit van het UWV een WIA-uitkering toegekend met een vastgesteld dagloon gebaseerd op het inkomen in de referteperiode van 3 december 2006 tot en met 2 december 2007. Appellant betwistte de dagloonvaststelling omdat een nabetaling van zijn werkgever in augustus 2008 niet was meegenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de nabetaling in het refertejaar vorderbaar en inbaar was en daarom niet bij het dagloon kon worden betrokken. De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders: appellant heeft voldoende aangetoond dat hij in het refertejaar onjuist was ingeschaald op basis van te weinig ervaringsjaren, waardoor hij recht had op een hoger salaris. Dit verschil was vorderbaar loon.
De Raad stelt dat het UWV onjuist heeft uitgelegd dat de nabetaling niet bij het dagloon mag worden betrokken en dat het UWV moet onderzoeken welk deel van de nabetaling aan het refertejaar toe te rekenen is. Indien dit niet exact kan worden vastgesteld, moet het UWV een redelijke schatting maken, rekening houdend met de onjuiste inschaling vanaf 2005.
Omdat de Raad het geschil niet definitief kan beslechten, beveelt zij het UWV aan binnen zes weken het besluit te herzien met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het UWV moet het besluit herzien en nader onderzoeken welk deel van de nabetaling aan het refertejaar toerekenbaar is en dit bij de dagloonvaststelling betrekken.