ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herstel van gebreken in UWV-besluiten over WAO-uitkering en toeslag na oppaswerkzaamheden
Appellante ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, maar verrichtte vanaf juni 2006 oppaswerkzaamheden waarover zij inkomsten verwierf. Het UWV stelde vast dat zij te veel uitkering en toeslag had ontvangen en vorderde terugbetaling. Na bezwaar en herberekeningen door een bezwaararbeidsdeskundige werden de terugvorderingen verminderd, maar het UWV handhaafde de besluiten deels.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij het UWV tijdig had geïnformeerd en dat de bruteringsmethode onjuist was omdat zij niet in dienstbetrekking stond. De Raad oordeelde dat het UWV terecht terugwerkende kracht toepaste op grond van de WAO en TW, en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij het UWV tijdig had geïnformeerd. Wel concludeerde de Raad dat de bruteringsmethode onjuist was omdat zij minder dan twee dagen per week werkte en dus geen dienstbetrekking had.
Verder werd een boete wegens schending van de mededelingsplicht gehandhaafd door het UWV, maar de Raad stelde dat deze boete niet in stand kon blijven omdat het benadelingsbedrag niet correct was vastgesteld. De Raad droeg het UWV op de gebreken in de besluiten te herstellen binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep draagt het UWV op de gebreken in de besluiten te herstellen binnen zes weken.