ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing verplichtingen WWB op grond van medische beoordeling
Appellante ontvangt sinds 1998 bijstand en was sinds 2005 deels en vanaf 2007 volledig ontheven van verplichtingen uit artikel 9, eerste lid, WWB wegens medische redenen. In november 2009 vond een nieuwe medische beoordeling plaats door een verzekeringsarts, die concludeerde dat volledige arbeidsongeschiktheid niet gerechtvaardigd was, wel met beperkingen. Het college besloot daarom per 17 november 2009 geen ontheffing meer te verlenen.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar psychosociale klachten onvoldoende waren meegewogen, met verwijzing naar een medisch journaal van haar huisarts. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het medisch advies niet zorgvuldig tot stand was gekomen.
De Raad oordeelde dat het college mag uitgaan van het medisch advies tenzij concrete aanwijzingen voor twijfel bestaan, welke niet werden gevonden in het medisch journaal. De verzekeringsarts had de psychosociale klachten meegewogen en geadviseerd tot integratiebegeleiding. Het college had op goede gronden geen dringende redenen gezien voor ontheffing vanaf 4 december 2009.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen ontheffing krijgt van de WWB-verplichtingen vanaf 4 december 2009.