ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3730
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- E.J. Govaers
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende zorgvuldig onderzoek naar omvang werkzaamheden in Wajong-uitkeringszaak
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, had betrokkene een Wajong-uitkering toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Na bezwaar verklaarde appellant het bezwaar ongegrond, waarbij werd aangenomen dat betrokkene 17 uur per weekeinde werkzaam was in de slagerij van zijn vader. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van appellant onvoldoende zorgvuldig was en dat het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd, waardoor het besluit werd vernietigd en het bezwaar gegrond verklaard.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat het onderzoek naar de omvang van de werkzaamheden onvoldoende zorgvuldig was. Er is geen bewijs dat betrokkene daadwerkelijk 17 uur per weekeinde heeft gewerkt, mede omdat controles niet op dezelfde dag in de ochtend en middag plaatsvonden en betrokkene verklaarde op wisselende uren te hebben gewerkt. Ook ontbraken ondertekende verklaringen en een reactie van een verzekeringsarts op de stelling dat betrokkene niet in staat was 17 uur te werken.
De Raad wijst erop dat de bewijslastverdeling inhoudt dat appellant de omvang van de werkzaamheden zorgvuldig moet onderzoeken, maar dat bij gebrek aan betrouwbare gegevens het risico bij betrokkene ligt om de schatting te weerleggen. De Raad wijst het oordeel van de rechtbank af dat geen nadere heroverweging mogelijk is en draagt appellant op binnen zes weken de gebreken in het besluit te herstellen. De werkzaamheden dienen dan gewaardeerd te worden, waarbij het wettelijk minimumloon als uitgangspunt geldt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep draagt appellant op de gebreken in het bestreden besluit binnen zes weken te herstellen.