ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inhouding buitenlandbijdrage Zvw op AOW-pensioen ondanks inschrijvingsverzuim in woonland
Appellante, woonachtig in Frankrijk en AOW-pensioenontvanger sinds maart 2009, maakte bezwaar tegen de inhouding van de buitenlandbijdrage op haar pensioen. Zij stelde dat zij zich niet kon inschrijven bij het bevoegde orgaan van haar woonland en dat dit haar medische rechten en privacy schaadde. De Sociale Verzekeringsbank en de rechtbank verklaarden het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de inhouding van de bijdrage in strijd was met het Unierecht, haar eigendomsrechten en het EVRM, en dat zij ongerechtvaardigd werd gediscrimineerd. De Raad verwees naar het arrest Van Delft en andere jurisprudentie en oordeelde dat het recht op zorg in het woonland blijft bestaan, ook als de verzekerde zich niet inschrijft.
De Raad stelde vast dat het verzuim tot inschrijving niet leidt tot het vervallen van de betalingsverplichting van de bijdrage. Ook is geen sprake van ontoelaatbare discriminatie of schending van medische privacy binnen de beoordeling van het bestreden besluit. De Raad bevestigde daarom de rechtmatigheid van de inhouding van de buitenlandbijdrage en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De inhouding van de buitenlandbijdrage op het AOW-pensioen van appellante is rechtmatig en het beroep wordt ongegrond verklaard.