ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- F.J.L. Pennings
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak en ongegrondverklaring beroepen tegen UWV-besluiten arbeidsongeschiktheid
Appellant ontvangt sinds 1996 een WAO-uitkering, die door inkomsten uit arbeid is aangepast naar een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse. In 2009 zijn besluiten genomen over de hoogte van de uitkering, waarbij correcties en bezwaarprocedures volgden. De rechtbank Roermond verklaarde de beroepen tegen twee besluiten niet-ontvankelijk, onder meer omdat appellant geen belang zou hebben bij beoordeling en omdat een vermeende fout in het maatmaninkomen geen hogere uitkeringsklasse zou opleveren.
In hoger beroep stelt appellant dat de rechtbank ten onrechte niet-ontvankelijkheid heeft vastgesteld en dat de maatman onjuist is vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat een gebrek aan procesbelang door een gemachtigde niet kan leiden tot niet-ontvankelijkheid en dat een beroepsgrond die niet slaagt niet tot niet-ontvankelijkheid maar tot ongegrondverklaring moet leiden.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en stelt vast dat het UWV onbestreden heeft gesteld dat het maatmaninkomen van appellant, ongeacht de gehanteerde waarde, niet leidt tot een hogere uitkeringsklasse. Daarom verklaart de Raad de beroepen tegen beide besluiten ongegrond. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant in eerste aanleg en wordt het betaalde griffierecht in hoger beroep aan appellant vergoed.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten van het UWV worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.