ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3504
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening besluit erkenning burger-oorlogsslachtoffer Wubo
Appellant, geboren in 1943 in Nederlands-Indië, diende in juli 2009 een aanvraag in voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Dit verzoek werd in oktober 2009 afgewezen omdat niet was gebleken dat appellant direct getroffen was door onder de Wubo vallend oorlogsgeweld. Diverse incidenten en bedreigingen werden niet als zodanig erkend.
In juni 2011 verzocht appellant om herziening van dit besluit, onder verwijzing naar erkenning als oorlogsslachtoffer op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Verweerder wees dit verzoek af omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die het eerdere besluit in een nieuw licht plaatsten.
De Raad oordeelde dat de discretionaire bevoegdheid tot herziening terughoudend moet worden getoetst en dat de overgelegde aanvullende verklaring van appellant's zuster geen nieuwe relevante feiten bevatte die tot herziening konden leiden. De erkenning op grond van de AOR was niet doorslaggevend omdat andere maatstaven gelden dan bij de Wubo.
Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot herziening van de erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt ongegrond verklaard.