ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandartskosten na val door buitenwettelijk beleid
Appellante, geboren in 1933, diende op 19 mei 2009 een aanvraag in voor bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) voor het niet vergoede deel van tandartskosten die zij moest maken na schade aan haar gebit door een val over een opstaande tegel in haar tuin.
Het college van burgemeester en wethouders van Almelo wees de aanvraag af op basis van artikel 14, aanhef en onder c, van de WWB, dat kosten wegens geleden schade niet tot noodzakelijke kosten van het bestaan rekent, en stelde dat geen zeer dringende redenen volgens artikel 16 van Pro de WWB tot bijstandsverlening bestonden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
Appellante voerde aan dat het college een buitenwettelijk begunstigend beleid hanteert voor vergoeding van tandartskosten na een ongeval tot een maximum van €950 per jaar, maar dit beleid geldt alleen voor verzekerden jonger dan 18 jaar. De Raad oordeelde dat dit beleid consistent is toegepast en het college de aanvraag terecht heeft afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor tandartskosten wordt bevestigd wegens consistente toepassing van buitenwettelijk beleid en het ontbreken van zeer dringende redenen.