ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugvordering leenbijstand wegens niet verstrekken noodzakelijke gegevens
Appellant ontving in 2010 leenbijstand voor levensonderhoud op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht verleende deze bijstand in de vorm van een renteloze geldlening. Voor de definitieve vaststelling van de bijstand werd appellant verzocht om binnen gestelde termijnen diverse financiële gegevens te overleggen, waaronder jaarstukken en belastingaangiften.
Appellant heeft deze gegevens niet uit eigen beweging en ook niet na herhaaldelijke verzoeken verstrekt. Het college stelde daarom het recht op bijstand definitief vast op nihil en vorderde de reeds verstrekte leenbijstand van € 9.170,86 terug. Appellant maakte bezwaar en stelde in hoger beroep dat hij door persoonlijke omstandigheden niet tijdig de benodigde documenten kon aanleveren en verzocht om omzetting van de lening in een gift.
De Raad oordeelde dat het college terecht de leenbijstand heeft teruggevorderd op grond van artikel 47 Bbz Pro 2004, omdat appellant zijn inlichtingenplicht niet is nagekomen. Ook is niet gebleken van dringende redenen om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien, aangezien appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de terugvordering tot onaanvaardbare sociale of financiële consequenties leidt. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van leenbijstand van € 9.170,86 wordt bevestigd omdat appellant niet de noodzakelijke gegevens verstrekte.