ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding overige schade naast wettelijke rente bij vertraagde bijstandsuitbetaling
Appellante diende op 15 juni 2010 een aanvraag om bijstand in, die aanvankelijk werd afgewezen. Na bezwaar werd bijstand alsnog toegekend met terugwerkende kracht vanaf 15 juni 2010. Door vertraging in de uitbetaling ontstond schade, waaronder incassokosten van de zorgverzekeraar. Het college vergoedde de wettelijke rente, maar weigerde vergoeding van overige schadeposten.
Appellante stelde dat de wettelijke rente onvoldoende compensatie bood en dat bijzondere omstandigheden, zoals het belang van tijdige betaling voor haar verblijfsvergunning, een aanvullende vergoeding rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak en artikel 6:119 BW Pro de vergoeding van wettelijke rente alle schade door vertraging in de betaling van een geldsom omvat. De statuswijziging van niet-uitkeringsgerechtigde naar uitkeringsgerechtigde doet hieraan niet af. De overige schadeposten zijn derhalve niet toewijsbaar.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep faalt en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De vergoeding van wettelijke rente dekt alle schade door vertraagde bijstandsuitbetaling, aanvullende schadevergoeding wordt afgewezen.