Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3247

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
11/3131 WWB + 11/3132 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 WWB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor eigen risico zorgverzekering op grond van vaste rechtspraak

Appellanten verzochten bijzondere bijstand voor de kosten van het eigen risico van hun zorgverzekering over 2009 en 2010. Het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Roermond bevestigde dit besluit, stellende dat het eigen risico een bewuste keuze van de wetgever is en geen bijzondere bijstand kan worden verleend.

In hoger beroep voerden appellanten aan dat hun medische omstandigheden bijzondere omstandigheden vormen die bijzondere bijstand rechtvaardigen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verplicht eigen risico geldt voor alle zorgverzekerden en dat het feit dat appellanten deze kosten volledig moeten dragen geen grond biedt voor bijzondere bijstand. Ook andere aangevoerde oorzaken van hun financiële situatie leidden niet tot een ander oordeel.

De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door C. van Viegen op 5 maart 2013.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor het eigen risico bevestigd.

Uitspraak

11/3131 WWB, 11/3132 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 14 april 2011, 10/1457 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
(appellant) en (appellante), beiden te [woonplaats].
het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas (college)
Datum uitspraak 5 maart 2013.
PROCESVERLOOP
Namens appellanten heeft mr. J.H.M. Verstraten, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 januari 2013. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Verstraten. Voor appellant is verschenen mr. Verstraten. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door S.R. Schipperheijn.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Bij besluit van 27 april 2010 heeft het college de aanvraag van appellanten van 4 januari 2010 om bijzondere bijstand voor de kosten van het eigen risico van de zorgverzekering over de jaren 2009 en 2010 afgewezen.
1.2. Bij besluit van 8 oktober 2010 (bestreden besluit) heeft het college het tegen het besluit van 27 april 2010 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard onder verwijzing naar artikel 15 van Pro de Wet werk en bijstand. De rechtbank heeft overwogen dat binnen de voorliggende voorziening voor de kosten van medische zorg een bewuste keuze van de wetgever tot het opleggen van een eigen risico aan de verzekerden ten grondslag ligt, zodat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat voor deze kosten geen bijzondere bijstand kan worden verleend en dat appellanten deze kosten uit hun inkomen moeten voldoen.
3. Appellanten hebben zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Zij hebben aangevoerd dat sprake is van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat in hun situatie bijzondere bijstand voor deze kosten wordt verleend.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. In hetgeen is aangevoerd is geen grond gelegen om tot een ander oordeel te komen dan dat waartoe de rechtbank is gekomen, zoals hiervoor onder 2 weergegeven. Dat oordeel is in overeenstemming met de vaste rechtspraak, zoals onder meer neergelegd in de door de rechtbank aangehaalde uitspraak (CRvB 21 december 2010, LJN BO9361).
4.2. Met betrekking tot de beroepsgrond van appellanten dat zij allebei hun eigen risico voor de zorgverzekering steeds volledig opsouperen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 21 februari 2012, LJN BV6493. Het verplicht eigen risico voor de Zorgverzekeringswet geldt voor alle zorgverzekerden. Alle zorgverzekerden kunnen daarmee dus te maken krijgen. Dat appellanten vanwege hun medische omstandigheden de kosten van het eigen risico telkens volledig moeten dragen en andere zorgverzekerden mogelijk niet, maakt dat niet anders.
4.3. Wat appellanten verder hebben aangevoerd over (de oorzaak van) hun slechte financiële positie, leidt niet tot een ander oordeel.
4.4. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van P.C. de Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2013.
(getekend) C. van Viegen
(getekend) P.C. de Wit
ew