ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en beoordeling van besluiten over bijzondere bijstand en woonkostentoeslag
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor diverse kosten, waaronder woonkostentoeslag en het eigen risico Zorgverzekeringswet (Zvw). De aanvragen werden door het college afgewezen wegens te late indiening, waarbij de rechtbank de bezwaren van appellante deels niet-ontvankelijk verklaarde vanwege een verschrijving in de tenaamstelling.
De Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring wegens verschrijving en beoordeelt de aanvragen inhoudelijk. De Raad bevestigt dat aanvragen voor bijzondere bijstand in principe binnen drie maanden na kostenindiening moeten worden gedaan, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, welke hier niet zijn gebleken. Het beleid van het college om binnen drie maanden aanvragen toe te staan is consistent toegepast.
De Raad oordeelt dat de woonkostentoeslag terecht is geweigerd omdat studiefinanciering als passende voorziening geldt. De weigering van bijzondere bijstand voor het eigen risico Zvw is ook terecht, aangezien dit een algemene verplichting is voor alle verzekerden. Het beroep tegen het besluit op bezwaar van 13 mei 2011 wordt ongegrond verklaard. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring, bevestigt de weigering van woonkostentoeslag en eigen risico Zvw, en veroordeelt het college in proceskosten.