ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2781
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.S. van der Kolk
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante viel in maart 2008 uit vanwege pijnklachten aan de rechterschouder en verzocht een WIA-uitkering. Het UWV stelde bij besluit van maart 2010 vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op uitkering ontstond. Appellante maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en haar beperkingen ernstiger dan aangenomen.
De rechtbank Roermond verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functionele beperkingen van appellante juist waren vastgesteld. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt en overlegde aanvullend medisch advies en een rapport van een onafhankelijke bedrijfsarts.
De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de medische beoordeling en stelde vast dat de beperkingen van appellante niet zodanig waren dat zij niet in staat was de gekozen functies te vervullen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.