ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Heropening onderzoek en proceskostenveroordeling wegens overschrijding redelijke termijn in WAO-zaak
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV over haar arbeidsongeschiktheidsklasse per 7 januari 2008. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten. Het UWV heeft het bezwaar gegrond verklaard met een nieuw besluit van 11 september 2012, waarmee aan de bezwaren van appellante is voldaan.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand zijn gelaten, omdat het nieuwe besluit het geschil feitelijk oplost. De stelling dat geen uitlooptermijn is gehanteerd, is niet relevant voor dit nieuwe besluit en kan niet worden betrokken in het hoger beroep.
De Raad constateert dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak zowel in de bestuurlijke als in de rechterlijke fase is overschreden, gezien de totale duur van ruim vijf jaar. Daarom wordt het onderzoek heropend om nader te beslissen over het verzoek van appellante om schadevergoeding wegens deze overschrijding. De Staat der Nederlanden wordt als partij toegevoegd.
Verder veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante in hoger beroep, begroot op € 2.357,15, en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Verzoeken tot vergoeding van reis- en verblijfkosten in beroep worden niet gehonoreerd omdat deze buiten de omvang van het geding vallen.
Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend voor schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn en het UWV wordt veroordeeld in proceskosten.