ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving vanaf juni 2004 met onderbrekingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Na een onderzoek door de sociale recherche van de gemeente Amsterdam, waarbij onder meer horloges en een auto in beslag werden genomen, stelde het college vast dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door het niet opgeven van vermogen.
Het college trok de bijstand over bepaalde perioden in en vorderde de kosten van bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond vanwege onvoldoende motivering van het college bij de vermogensberekening. Het college stelde daarop nieuwe besluiten vast, waarvan één werd vernietigd door de Raad wegens onvoldoende motivering.
De Raad oordeelt dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd over de betreffende perioden. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 2 gegrond en tegen besluit 3 ongegrond. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd, met vernietiging van een besluit over vermogensberekening.