ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en onduidelijk verblijfplaats
Appellanten, burgers van Rusland, ontvingen bijstand in Nederland op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo trok deze bijstand in vanwege schending van de inlichtingenverplichting, omdat appellanten onder meer bankrekeningen en verblijfplaats in België verzwegen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep betwistten appellanten de schending van de inlichtingenverplichting en overlegden zij bankafschriften, maar het college handhaafde het besluit vanwege onduidelijkheid over verblijfplaats en identiteit.
De Raad oordeelde dat het recht op bijstand alleen toekomt aan personen die daadwerkelijk in Nederland wonen. Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat appellant na november 2008 in Nederland verbleef. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of zij tot de kring der gerechtigden behoorden.
Gelet op de schending van de inlichtingenverplichting en het ontbreken van bewijs over de verblijfplaats, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien om appellanten te veroordelen in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd vanwege schending van de inlichtingenverplichting en onduidelijkheid over verblijfplaats.