ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2103

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12-3660 WUBO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:88 AwbArt. 17 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Verzoeker, vertegenwoordigd door een gemachtigde, had een verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak ingediend. Dit verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. De gemachtigde voerde aan dat betaling niet mogelijk was vanwege het verblijf van verzoeker in het buitenland.

De Raad oordeelde dat het aan de gemachtigde was om binnen de termijn te melden dat verzoeker niet bereikbaar was vanwege het buitenlandverblijf. Deze melding bleef uit, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring terecht was.

Het verzet tegen deze beslissing werd ongegrond verklaard. Partijen waren niet verschenen bij de zitting. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

12/3660 WUBO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, in verbinding met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 oktober 2011, 10/2842
Partijen:
[A. te B. ] (verzoeker)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 22 februari 2013
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 in Pro verbinding met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet van 18 oktober 2012 heeft de Raad het namens verzoeker door [J.] gedane verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 13 oktober 2011, 10/2842, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 18 oktober 2012 heeft [J.] namens verzoeker verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 januari 2013, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 18 oktober 2012 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend aan de gemachtigde verzonden - brief van 6 augustus 2012 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft de gemachtigde aangevoerd dat hij het griffierecht niet heeft betaald omdat verzoeker in het buitenland verbleef en overleg daardoor niet mogelijk was.
De Raad is van oordeel dat het op de weg van de gemachtigde had gelegen de Raad binnen de in de brief van 6 augustus 2012 gestelde termijn te berichten dat hij verzoeker in verband met een verblijf in het buitenland niet kon bereiken. Dat heeft hij echter niet gedaan. Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven