ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering mobiliteitstoeslag bij functieverplaatsing zonder dienstbelang
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst/FIOD, werd verplaatst naar een andere locatie met behoud van zijn groepsfunctie F. Hij vroeg een mobiliteitstoeslag aan, maar de staatssecretaris wees dit af omdat de verplaatsing niet in het belang van de dienst was en er geen sprake was van het opdragen van een andere functie zoals vereist in artikel 22c BBRA.
De Raad overwoog dat het eigen beleid van de Belastingdienst, neergelegd in het Reglement Personeelsvoorschriften, een ruimere toekenning van mobiliteitstoeslag toestaat bij geografische mobiliteit, ook zonder functiewijziging, mits er een primair dienstbelang is. In deze zaak was echter geen sprake van een dienstbelang, mede omdat appellant zelf het initiatief nam en er geen vacature was.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Er is geen aanleiding om het beleid onredelijk te achten of anders te oordelen. Ook is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de mobiliteitstoeslag wegens ontbreken van primair dienstbelang.