ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functioneren ambtenaar en afwijzing functie-inzet na uitzending Afghanistan
Appellant was werkzaam als Stafonderofficier NBC/GI bij het 45 Pantserinfanteriebataljon en werd in 2008 uitgezonden naar Afghanistan. Over het functioneren in de periode augustus 2007 tot augustus 2008 werd een beoordeling met het totaaloordeel onvoldoende vastgesteld. Vervolgens werd appellant de functie van instructeur O&T Natres geweigerd en later een andere instructeursfunctie toegewezen.
Appellant voerde bezwaar aan tegen de beoordeling en de besluiten omtrent functie-inzet, maar deze werden ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de beoordeling ongegrond en het beroep tegen de besluiten over functie-inzet niet-ontvankelijk. In hoger beroep stelde appellant dat de uitzending naar Afghanistan onterecht in de beoordeling was meegenomen en dat onduidelijk was welke taken hij daar moest uitvoeren.
De Raad oordeelde dat de uitzending terecht in de beoordeling was betrokken, omdat appellant als Stafonderofficier NBC/GI zowel NBC- als GI-werkzaamheden moest uitvoeren en dit ook tijdens de uitzending duidelijk was besproken. De onvoldoende beoordeling bleef daarom gehandhaafd. Omdat appellant geen nieuwe gronden aanvoerde los van de beoordeling, verklaarde de Raad het beroep tegen de besluiten over functie-inzet ongegrond, maar vernietigde de uitspraak van de rechtbank over niet-ontvankelijkheid. Tevens werd de plaatsvervangend commandant veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad bevestigt de onvoldoende beoordeling en verklaart het beroep tegen de besluiten over functie-inzet ongegrond.