ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning mobiliteitstoeslag bij geografische mobiliteit ambtenaar
Betrokkene, werkzaam bij de Belastingdienst, werd overgeplaatst naar een ander kantoor met behoud van zijn functie. De mobiliteitstoeslag werd geweigerd omdat de dienst geen belang zou hebben bij de verplaatsing. De rechtbank oordeelde echter dat het vertrek een onmiskenbaar dienstbelang diende en kende de toeslag toe.
De Raad beoordeelde dat de vrijwillige driehoeksruil binnen de organisatie een primair dienstbelang diende, ondanks dat het belang vooral lag bij het vertrekkantoor. De geografische mobiliteit rechtvaardigt een bredere blik dan alleen het ontvangende kantoor. Het feit dat betrokkene zijn functie behield en geen andere functie werd opgedragen, sluit de toeslag niet uit.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en veroordeelde appellant tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene. De uitspraak benadrukt het belang van organisatorische mobiliteit en de stimulans van mobiliteitstoeslagen binnen de overheid.
Uitkomst: De mobiliteitstoeslag wordt toegekend omdat de overplaatsing een onmiskenbaar dienstbelang diende.