ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1729
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering maatschappelijke opvang aan vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Appellant, een Marokkaanse vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland sinds 1 maart 2010, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Leiden om maatschappelijke opvang op grond van de Wmo. Het college wees dit af omdat appellant geen geldige verblijfstitel had en geen zelfstandige woning bezat. Appellant maakte bezwaar en stelde dat de bestaande dag- en nachtopvang niet geschikt was vanwege zijn medische en psychische klachten.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het bestreden besluit maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en overweegt dat de koppelingswetgeving, die rechten koppelt aan verblijfstitel, gerechtvaardigd is binnen het vreemdelingenbeleid. De Raad benadrukt dat artikel 8 EVRM Pro bescherming biedt, maar dat de illegale verblijfsstatus van appellant een belangrijke rol speelt in de belangenafweging.
Hoewel appellant medische klachten heeft, acht de Raad de dag- en nachtopvang passend en ziet geen disproportionele schending van zijn rechten. Ook het ontbreken van een terugkeerbesluit doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van maatschappelijke opvang aan appellant zonder rechtmatig verblijf en wijst het verzoek om schadevergoeding af.