ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- A.J. Schaap
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatie persoonlijke verzorging binnen klasse 3 ondanks afwijking norm beleidsregels AWBZ
In deze zaak is in hoger beroep beoordeeld of het besluit van 30 juli 2009, waarbij de indicatie voor persoonlijke verzorging op grond van de AWBZ werd vastgesteld op 4 tot 6,9 uur per week (klasse 3), terecht in stand kon blijven. De appellant betoogde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de indicatie onvoldoende rekening hield met zijn verzorgingsbehoeften, zoals het verzorgen van nagels en het opzetten van een zuurstofmasker.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, met een huisbezoek en actuele medische informatie van huisarts en specialist. De adviserend arts mocht op grond van het Zorgindicatiebesluit afzien van een eigen lichamelijk onderzoek. De stelling van appellant over handklachten werd niet gevolgd, omdat daarvoor geen medische aanwijzingen bestonden ten tijde van het onderzoek.
Hoewel de Raad onvoldoende gemotiveerd acht waarom is afgeweken van de beleidsregels voor de normtijd van aankleden en uitkleden, leidt dit niet tot vernietiging van het besluit. Zelfs bij toepassing van de standaardnormen blijft de indicatie binnen klasse 3. Ook de door appellant gewenste indicering voor nagelverzorging en zuurstofmasker valt binnen deze klasse.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage wordt daarmee bevestigd, en het bezwaar van appellant tegen het besluit van 16 januari 2009 blijft ongegrond.
Uitkomst: De indicatie voor persoonlijke verzorging blijft gehandhaafd binnen klasse 3; het bezwaar wordt ongegrond verklaard.