ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- E.J. Govaers
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende onderbouwde vermoeidheidsklachten
Appellant, voormalig opruimer en kok, viel uit wegens knie- en vermoeidheidsklachten gerelateerd aan leukemie en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. De rechtbank vernietigde het besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn ernstige vermoeidheid en dat de Standaard verminderde arbeidsduur onjuist werd toegepast. De Raad beperkte de beoordeling tot de vraag of de vermoeidheid voldoende was meegenomen en of een urenbeperking nodig was.
De Raad onderschreef de eerdere oordelen dat de vermoeidheidsklachten weliswaar aanwezig waren maar minder ernstig en dat er geen objectief medisch bewijs was dat een urenbeperking rechtvaardigde. De Standaard is een beleidsstuk van het UWV en de Raad is daaraan niet gebonden. De medische en arbeidskundige rapportages werden als juist beoordeeld.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of schadevergoeding. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 februari 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen blijft in stand.