ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding kinderopvangtoeslag wegens ontbreken materiële connexiteit
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en was verplicht tot arbeidsinschakeling. Zij bracht haar kind onder bij een kinderdagverblijf en ontving een voorschot kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. Deze toeslag werd later teruggevorderd omdat zij niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot, wat in rechte onherroepelijk is vastgesteld.
Appellante verzocht het college om vergoeding van de schade die zij hierdoor leed, stellende dat een ambtenaar van de DWI verantwoordelijk was voor de aanvraag. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro betrof.
De Raad overwoog dat een schadevergoeding alleen als zelfstandig schadebesluit geldt indien materiële connexiteit bestaat met een besluit waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. Hier ontbrak die connexiteit omdat het handelen van DWI feitelijk was. Daarom was de burgerlijke rechter bevoegd over de schadevordering te oordelen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om vergoeding bevestigd.