ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichtingskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor woninginrichtingskosten, waaronder inrichtingskosten, opknapkosten, waarborgsom en eerste maand huur. Het college wees de aanvraag af omdat deze kosten als periodiek of incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten worden beschouwd die uit het inkomen moeten worden bestreden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de verhuizing voorzienbaar was en er geen bijzondere omstandigheden waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn leeftijd, verhuizing van kamer naar eigen woonruimte, ernstige gezondheidsproblemen en het onvermogen om een lening af te sluiten bijzondere omstandigheden vormden. De Raad oordeelde dat de kosten niet voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 35, eerste lid, WWB. De verhuizing was voorzienbaar, er was geen medische noodzaak voor een plotselinge verhuizing en appellant kon reserveren voor de kosten.
De Raad verwees naar de gemeentelijke Werkvoorschriften waarin alleen bij bijzondere medische of sociale redenen bijstand voor verhuiskosten kan worden verstrekt. Omdat appellant ten tijde van de aanvraag nog geen 65 jaar was, was de regeling voor ouderen niet van toepassing. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor woninginrichtingskosten wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.