ECLI:NL:CRVB:2013:BY9860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet meewerken aan arbeidsinschakeling en recidive
Appellant ontvangt sinds 1996 bijstand en is verplicht mee te werken aan arbeidsinschakeling. Na meerdere waarschuwingen en eerdere verlagingen van de bijstand wegens niet-naleving, weigerde appellant mee te werken aan een tweede medisch en arbeidskundig onderzoek door het UWV en verscheen hij niet op een werkstage binnen het traject Springplank.
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen legde daarop een verlaging van de bijstand met 50% voor twee maanden op wegens recidive. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de maatregel gematigd had moeten worden tot 20%, zoals eerder was gebeurd bij een eerdere overtreding. De Raad oordeelde echter dat bij recidive de duur van de maatregel verdubbeld wordt, niet de hoogte verminderd, en dat de zwaarste maatregel geldt bij samenloop van gedragingen.
De Raad concludeert dat appellant terecht niet heeft meegewerkt en dat de verlaging van 50% voor twee maanden terecht is opgelegd. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 50% voor twee maanden wordt bevestigd wegens niet meewerken en recidive.