ECLI:NL:CRVB:2013:BY9846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering heropening WGA-uitkering wegens geen toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft zich in 2005 ziek gemeld vanwege lichamelijke klachten, later aangevuld met psychische klachten. Haar WGA-uitkering werd per 1 januari 2009 beëindigd omdat zij toen minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar en beroep werd deze beëindiging door de rechtbank en de Raad bevestigd.
In 2010 verzocht appellante het UWV de WGA-uitkering te heropenen wegens vermeende toename van haar beperkingen. Het UWV stelde na onderzoek vast dat er geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid en wees het verzoek af. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De medische rapportages van verzekeringsartsen en een orthopedisch chirurg tonen aan dat er geen nieuwe of zwaardere beperkingen zijn vastgesteld. Klachten van appellante, waaronder een nekhernia, zijn reeds in eerdere beoordelingen meegenomen. Er is geen reden om het standpunt van het UWV te herzien.
De Raad oordeelt dat de rechtbank de gronden van appellante afdoende heeft besproken en gemotiveerd waarom haar verzoek niet slaagt. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.C. Bruning op 18 januari 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering heropening WGA-uitkering wordt bevestigd.