ECLI:NL:CRVB:2013:BY9261
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op gelijkstelling als vervolgingsslachtoffer wegens onvoldoende verband psychische klachten
Appellant, geboren in 1954, is de zoon van een erkend vervolgingsslachtoffer en verzocht om gelijkstelling als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Verweerder wees dit verzoek in 1992 af omdat de psychische klachten van appellant niet in overwegende mate verband hielden met de vervolging van zijn moeder. In 2010 vroeg appellant herziening van dit besluit, onderbouwd met een psychiatrisch rapport dat een persoonlijkheidsstoornis beschreef, maar geen verband met vervolging.
De Raad oordeelde dat het eerdere besluit geen aperte, verweerder verwijtbare fout bevatte. Geneeskundig adviseurs bevestigden dat de schizofrenie bij appellant niet in overwegende mate verband hield met de vervolging van zijn ouders. Het medisch onderzoek door adviseurs was gebaseerd op uitgebreide medische gegevens, en het ontbreken van eigen onderzoek door adviseur Wijnvoord werd niet als fout beoordeeld.
De Raad wees ook het argument af dat onvoldoende medische gegevens van de moeder waren meegewogen, omdat een interne notitie met medische informatie aanwezig was en privacyregels de vermelding van medische gegevens van derden beperken. De Raad bevestigde dat de wetswijziging van 1994 de gelijkstelling op basis van tweede-generatieproblematiek uitsluit, en dat alleen bij een aperte fout herziening mogelijk is.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Beuker-Tilstra en leden Kooper en Stevens op 10 januari 2013.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de psychische klachten van appellant niet in overwegende mate verband houden met de vervolging van zijn moeder.