ECLI:NL:CRVB:2013:BY8819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering Wajong-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellant, geboren in 1985, vroeg op 23 juni 2010 een Wajong-uitkering aan wegens psychische klachten. Het UWV wees deze uitkering op 24 februari 2011 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 27 september 2011. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld. De medische stukken die appellant aanvoerde, betroffen gegevens van na de ingangsdatum en werden daarom niet meegenomen.
In hoger beroep stelde appellant dat hem ten onrechte de uitkering werd geweigerd. De Raad overwoog dat de medische beoordeling juist was en dat appellant geen nieuwe medische stukken had overgelegd. Wel constateerde de Raad dat niet alle signaleringen over de arbeidsbelasting waren besproken, maar vond de nadere motivering van het UWV via een bezwaararbeidsdeskundige toereikend en achtte de functies passend.
Het hoger beroep werd afgewezen, maar omdat de passendheid van de functies pas in hoger beroep voldoende was toegelicht, veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op in totaal €1.888,-. Tevens werd het betaalde griffierecht van €156,- aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.