ECLI:NL:CRVB:2013:BY8301
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht over woonadres
Verzoeker ontving bijstand ingevolge de WWB en had als woonadres een eigen woning opgegeven. Na een onderzoek naar het water-, energie- en gasverbruik en een huisbezoek concludeerde het college dat verzoeker niet daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde. De bijstand werd daarom ingetrokken en teruggevorderd over de periode van 1 mei 2011 tot 31 januari 2012.
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond. Verzoeker stelde in hoger beroep dat hij wel woonde op het opgegeven adres en dat hij recht had op bijstand. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat verzoeker onvoldoende concrete feiten had gesteld om het oordeel van het college te weerleggen. De lage verbruiksgegevens en het huisbezoek wezen op afwezigheid van hoofdverblijf.
Ook de stelling dat verzoeker met behoud van bijstand bij zijn moeder mocht verblijven werd verworpen, omdat die toestemming verviel na het opgeven van het nieuwe adres. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat geen spoedeisend belang bestond. De intrekking en terugvordering van bijstand werden bevestigd, evenals de afwijzing van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.