ECLI:NL:CRVB:2013:BY8179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag partnertoeslag wegens niet rechtmatig verblijf partner
Appellante is gehuwd met een partner die niet rechtmatig in Nederland verbleef gedurende de relevante periode. Zij ontving éénoudertoeslag, maar na controle werd vastgesteld dat zij een partner had, waarop de toeslag werd teruggevorderd. Appellante vroeg vervolgens partnertoeslag aan, die werd afgewezen omdat haar partner geen geldige verblijfsvergunning had.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat alleen de periode van 11 juli 2008 tot 7 januari 2009, waarin een rechterlijke beslissing rechtmatig verblijf toekende, relevant was voor het recht op partnertoeslag.
Appellante voerde aan dat ook andere periodes met beleidsmatige schorsende werking of voorlopige voorzieningen als rechtmatig verblijf moesten worden beschouwd, maar de Raad verwierp dit. De Raad benadrukte dat alleen daadwerkelijk toegekend rechtmatig verblijf op grond van een rechterlijke beslissing meetelt.
De Minister erkende dat appellante voor de genoemde periode met terugwerkende kracht recht heeft op partnertoeslag, maar dit had geen gevolgen voor het bestreden besluit. Het hoger beroep werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen; appellante heeft alleen recht op partnertoeslag voor de periode 11 juli 2008 tot 7 januari 2009.