ECLI:NL:CRVB:2013:BY8126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- B.J. van de Griend
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanspraak aansluitende uitkering op grond van de BWNU bij onderbroken dienstverbanden
Appellant was werkzaam bij verschillende instellingen, waaronder een stichting, een organisatie, een commercieel onderzoekscentrum en de Universiteit Twente (UT). Na beëindiging van zijn dienstverband bij de UT vroeg appellant aanspraak te maken op een aansluitende uitkering op grond van de Bovenwettelijke Werkloosheidsregeling Nederlandse Universiteiten (BWNU).
Het college kende aanvankelijk een bovenwettelijke uitkering toe, maar stelde later dat appellant niet voldeed aan de vereiste diensttijd van vijf jaar binnen de sectoren die onder de BWNU vallen, omdat de periode bij het commerciële onderzoekscentrum niet meetelde. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat de rechtbank wel bevoegd was.
De Raad stelde vast dat de diensttijd bij het commerciële onderzoekscentrum niet meetelt omdat het geen onderzoeksinstelling is zoals bedoeld in de BWNU en ook niet is opgenomen in het Volgersbesluit of als rechtsopvolger kan worden aangemerkt. Tevens werd vastgesteld dat de onderbreking van meer dan 14 maanden tussen dienstverbanden uitsluiting van eerdere diensttijd tot gevolg heeft. Hierdoor kwam appellant niet in aanmerking voor de aansluitende uitkering.
De Raad verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 15 december 2009 ongegrond, vernietigde het bestreden besluit voor zover het niet over dat besluit ging, en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Appellant komt niet in aanmerking voor een aansluitende uitkering omdat de diensttijd onvoldoende is en het bezwaar tegen het besluit ongegrond is verklaard.