ECLI:NL:CRVB:2013:BY7953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht
Betrokkene ontving bijstand volgens de WWB, maar de gemeente ontdekte dat hij onroerende goederen in het buitenland bezat, inkomsten had uit verhuur en als zelfstandige werkte zonder dit te melden. Hierdoor werd bijstand onterecht verstrekt over de periode van 1 oktober 2000 tot 30 september 2005.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloot de bijstand over deze periode in te trekken en de kosten van €59.338,30 terug te vorderen. Dit besluit werd door de rechtbank bevestigd. Appellanten, de erven van betrokkene, voerden in hoger beroep aan dat de terugvordering onterecht was en dat deze verminderd moest worden met opbrengsten uit de verkoop van onroerend goed.
De Raad oordeelde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot terugvordering, omdat betrokkene zijn wettelijke inlichtingenplicht had geschonden en appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat aanvullende bijstand zou zijn verstrekt als betrokkene correct had gehandeld. Ook de argumenten over de opbrengsten uit verhuur en verkoop konden de terugvordering niet verminderen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €59.338,30 bijstand wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht.