ECLI:NL:CRVB:2013:BY7950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen verdergaande terugwerkende kracht bij toekenning bijstandsuitkering wegens postfobie
Appellant heeft zich vanaf november 2007 meerdere malen gemeld bij het CWI en de DWI voor een bijstandsuitkering, maar heeft afspraken voor intakegesprekken afgezegd. Het college weigerde aanvankelijk bijstand toe te kennen vanwege het niet tijdig aanleveren van gegevens. Na een nader medisch onderzoek door een bedrijfsarts, waarin psychische klachten en postfobie werden vastgesteld, kende het college bijstand toe met terugwerkende kracht vanaf 5 september 2008.
Appellant vorderde een verdergaande terugwerkende kracht, stellende dat zijn psychische problematiek ook het niet verschijnen op afspraken in januari 2008 verklaart. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak bijstand in principe niet wordt toegekend vóór de datum van melding, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. De postfobie werd als bijzondere omstandigheid erkend, maar het college hoefde geen verdergaand onderzoek te verrichten dan het rapport van de bedrijfsarts. De Raad concludeerde dat het college terecht geen bijstand verder terugwerkend heeft toegekend dan 5 september 2008 en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De bijstand wordt niet verder terugwerkend toegekend dan 5 september 2008 ondanks psychische problematiek van appellant.