ECLI:NL:CRVB:2013:982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen besluit Sociale verzekeringsbank
Appellante had een beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) van 2 september 2011. Eerder was er een hoger beroep aanhangig bij de Centrale Raad van Beroep tegen een oude beslissing op bezwaar uit 2007, maar dit hoger beroep werd door appellante ingetrokken bij brief van 16 september 2011.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 6:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het nieuwe besluit mede wordt betrokken in het bestaande beroep, tenzij het beroep geheel aan het nieuwe besluit tegemoetkomt. Dit was niet het geval, omdat appellante verdergaande terugwerkende kracht wenste dan de Svb wilde toekennen.
De Raad stelde vast dat de intrekking van het eerdere hoger beroep rechtsgeldig was en dat appellante geen omstandigheden had aangevoerd die deze intrekking onrechtmatig zouden maken. Hierdoor eindigde het geding, en kon het nieuwe beroep van 30 september 2011 niet in behandeling worden genomen.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is niet-ontvankelijk verklaard wegens rechtsgeldige intrekking van een eerder beroep.