ECLI:NL:CRVB:2013:943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding en schadevergoeding na intrekking hoger beroep tegen CIZ-besluit
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar inzake een besluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Nadat het CIZ op 12 juni 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar nam waarin het bezwaar van appellante werd gehonoreerd, trok appellante haar hoger beroep in en verzocht zij de Raad om het CIZ te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Beroepswet een bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener op verzoek kan worden veroordeeld tot vergoeding van schade en kosten, maar alleen voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Appellante had haar beroep zonder professionele rechtsbijstand geschreven met hulp van mantelzorgers, zodat geen kosten van beroepsmatige rechtsbijstand waren gemaakt. Daarom was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Ook het verzoek om vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen, omdat geen proceskostenveroordeling was toegewezen.
De Raad wees het verzoek om proceskostenvergoeding en schadevergoeding af en verwees appellante voor vergoeding van griffierecht rechtstreeks naar het CIZ. De uitspraak werd gedaan door J. Brand, in aanwezigheid van griffier E. Blijleven-de Vries, op 10 juli 2013.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding en schadevergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van beroepsmatige rechtsbijstand.