ECLI:NL:CRVB:2013:933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewet-uitkering wegens arbeidsvermogen per 10 juni 2011
Appellante had aanvankelijk een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, die in 2009 werd ingetrokken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Vervolgens ontving zij een Ziektewet-uitkering vanaf mei 2011 na ziekmelding met diverse klachten. Een verzekeringsarts van het UWV stelde op 8 juni 2011 vast dat appellante voldoende belastbaar was om passende arbeid te verrichten, waarna het UWV haar ZW-uitkering per 10 juni 2011 introk.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat haar beperkingen werden onderschat en dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar medicijngebruik en de gevolgen daarvan. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde echter dat appellante in staat was tot passende arbeid, waarna het bezwaar ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond en stelde vast dat het onderzoek zorgvuldig was geweest. In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren zonder nieuwe objectieve medische informatie aan te dragen.
De Centrale Raad van Beroep sloot aan bij de overwegingen van de rechtbank en oordeelde dat het UWV terecht had vastgesteld dat appellante vanaf 10 juni 2011 geen recht meer had op een ZW-uitkering. Er was geen bewijs van verslechtering van haar gezondheidssituatie of onvoldoende onderzoek naar medicijngebruik. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante vanaf 10 juni 2011 geen recht meer had op een Ziektewet-uitkering.