ECLI:NL:CRVB:2013:931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek bevestigd
Appellant was werkzaam bij de Haeghe Groep en viel op 26 oktober 2009 uit wegens psychische en lichamelijke klachten. Na beëindiging van zijn dienstverband in augustus 2010 werd hem een Ziektewetuitkering toegekend. Het UWV beëindigde deze uitkering per 10 juni 2011 na medisch onderzoek. Appellant maakte bezwaar en er werd een arbeidsdeskundig onderzoek verricht, waaruit bleek dat hij geschikt was voor zijn eigen werk, bestaande uit voornamelijk zittend folderstapelen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en dat er geen reden was dit te betwisten. In hoger beroep stelde appellant dat zijn psychische stoornis hem belemmerde om met werk om te gaan en dat de inhoud van zijn werkzaamheden anders was dan door het UWV beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat het medisch onderzoek of de conclusies onjuist waren. Het langdurig genieten van de uitkering vormde geen reden om de beëindiging ongedaan te maken. Het arbeidsdeskundig onderzoek, inclusief gesprekken met de werkleider, bevestigde dat appellant geschikt was voor zijn werk. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens het ontbreken van arbeidsongeschiktheid.