ECLI:NL:CRVB:2013:905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag bijstand wegens onvoldoende legitimatie en bewijsstukken
Appellant had bijstand aangevraagd maar gebruikte een rijbewijs als legitimatie, wat niet voldoet aan de wettelijke eisen die een geldig paspoort of identiteitskaart vereisen. Ondanks meerdere verzoeken en termijnen heeft appellant geen geldig legitimatiebewijs kunnen overleggen. Tevens leverde hij geen originele huurovereenkomst aan, waardoor het college twijfels had over zijn woonsituatie.
Het college stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat de verstrekte gegevens onvoldoende waren. Appellant voerde aan dat hij mocht vertrouwen op de acceptatie van zijn rijbewijs en dat de kopie van de huurovereenkomst voldoende was, maar de Raad oordeelde dat het college terecht vasthield aan de wettelijke eisen en het verzoek om originele documenten.
Ook een verzoek om uitstel voor het verkrijgen van een paspoort werd afgewezen omdat appellant al voldoende tijd en een voorschot had gekregen om dit te regelen. De Raad concludeerde dat het college bevoegd was en de aanvraag terecht buiten behandeling stelde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van een geldig legitimatiebewijs en onvoldoende bewijs van de woonsituatie.