ECLI:NL:CRVB:2013:843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet-melding inkomsten taxichauffeur
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Uit gegevens van de Belastingdienst bleek dat appellant tussen 10 februari en eind april 2010 als taxichauffeur werkzaam was en inkomsten had genoten. Appellant had deze inkomsten niet vermeld op de inkomstenverklaringen en had het college niet uit eigen beweging geïnformeerd, wat in strijd is met de wettelijke inlichtingenverplichting.
Het college herzag de bijstand en vorderde een bedrag van €1.239 bruto terug. Appellant voerde aan dat hij de werkzaamheden telefonisch had gemeld en dat hij geen loon had ontvangen omdat dit was verrekend met een borg en vanwege betalingsonmacht van de werkgever. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat hij aan zijn inlichtingenplicht had voldaan en dat het niet ontvangen van loon per bank niet uitsluit dat het loon op een andere wijze betaalbaar was gesteld. Ook het ontbreken van loonvorderingen bij de werkgever of het UWV woog tegen appellant. De Raad concludeerde dat het college terecht de bijstand had herzien en teruggevorderd.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening en terugvordering van bijstand worden bevestigd.